Voor veel mensen is de enige weg vooruit! … maar als de weg steeds nauwer, donkerder en doffer wordt loop je vast.
Mo is een gedreven man, die gewend is te vechten voor wat hij nodig heeft. Hij is daarin geen uitzondering. Wie iets wil bereiken moet ervoor knokken, toch? Dat is eerlijk, rechtvaardig en… verdomd moeilijk af te leren.
Als zijn coach herken ik het:
– je stelt hoge eisen aan jezelf.
– stapt naar voren als de groep je nodig heeft.
– weinig tolerantie voor bullshit: aanpakken!
– en opeens moe, uitgeblust, in de war.
Het leven van een vechter bestaat uit ruimte nemen en ruimte bewaken. Ruimte geven is een stuk moeilijker. In de ring doe je dat alleen in het kader van een actieve verdediging of set-up naar een tegenaanval. Hoe doet Mo dat?
Tijdens een stoïcijnse coachsessie staan we op een lijn tegenover elkaar. Mo heeft de handschoenen, ik de pads.
Mijn opdracht: geef mij als jouw coach de ruimte.
Check?
Check!
Mo begint rustig te boksen op de pads en binnen vijf seconden sta ik met mijn rug tegen de muur. Geen bewegingsruimte, onder druk. Het duurt even voor Mo het door heeft. Hij heeft alle ruimte gepakt.
Nieuwe opdracht: geef nu jezelf de ruimte achteruit te lopen.
Check?
Check!
Tien seconden later sta ik met mijn rug tegen de muur. 🤐
Mo raakt gefrustreerd. Hij wilde ruimte vrijmaken voor mij maar duwde me tot tweemaal toe in een hoek. Hij wil zo graag ‘de knop omzetten’, niet meer de vechthouding als basis! Maar hoe doe je dat?
Dat doe je niet. De knop omzetten, dat werkt niet zomaar. Eerst moet je lichaam bewust worden hoe het voelt in de vechtstand te staan, zodat je het herkent.
Je geest moet ook aan de slag. Wat betekent vechten voor je? Wanneer helpt het je, wanneer hinder je jezelf? Waar wil je *niet* voor vechten?
Samen moeten ze comfortabel worden met ruimte geven, met innerlijke rust, met zelfvertrouwen en wijsheid.
Dit is het werk van een stoïcijnse coach: met je cliënt filosoferen, verkennen, ervaren, uitdagen, disciplineren en stappen zetten. Vorderingen maken naar ‘het natuurlijke object van ons verlangen’ (Seneca): een zinvol en gelukkig leven.
Het is het mooiste werk dat ik tot nu toe heb gedaan!